Lesprogramma
Het vak beeldende vorming wordt gegeven in klas 1 t/m 3.
3VMBO vormt daarop een uitzondering. Die krijgen in de derde klas een combinatie van CKV en tekenen. Tekenen is bij ons op school namelijk wel als eindexamenvak gebleven.
Bij beeldende vorming gebruiken we een methode: Arti. Dit is een boek waarin veel verteld wordt over kunst en kunstenaars. Wij gebruiken de hierin voorkomende thema's als uitgangspunt voor onze opdrachten.
Het lesboek Arti gebruiken wij met de volgende doeleinden:
- Introductie thema;
- Aanreiken van werkwijze/stappenplan;
- Uitleg/leren van begrippen.
Verder hanteren we de volgende uitgangspunten:
- In de brugklas behandelen we hoofdstuk 1 t/m 4. ,
- In 2VMBO hoofdstuk 5 t/m 8
- In 2H/V hoofdstuk 5 en 6
- In 3H/V hoofdstuk 7 en 8
- Didactiek moet aansluiten op bovenbouw: CKV1 en tekenen/CKV3
De opdrachten:
Voor wat betreft de opdrachten gaan de sectie uit van het volgende:
- Minimaal 2 per hoofdstuk/thema
- Probleemstelling:
o een of meerdere begrippen
o een techniek
- Worden stapsgewijs uitgevoerd:
o Onderzoeksfase (zoeken van plaatmateriaal, materialen, bestuderen van voorbeelden ed.)
o Ontwerpfase (maken van ontwerptekeningen, proefjes ed.)
o Uitvoerende fase (van werktekening tot en met eindresultaat)
o Reflectie (beschouwing van het eindresultaat a/d hand van gerichte vragen)
Opm. zowel bij de onderzoeksfase als bij de reflectie worden te leren of geleerde begrippen gehanteerd.
Wat wordt beoordeeld?
- Werkboek: vragen en opdrachten worden grotendeels klassikaal gemaakt en/of nagekeken. Bij het cijfer kan gelet worden op volledigheid en netheid. Bij een normale inzet moet iedere leerling hier een voldoende voor kunnen halen.
Het werkboek: zelf samengestelde map met daarin
o (opdracht) stencils
o ontwerptekeningen
o voorstudie
o werkstuk
o verslagen, al worden die apart beoordeeld
Weging: 1x
- SO's: Begrippen kunnen aan het eind van het thema schriftelijk overhoord worden. De begrippen worden toegepast: kunstbeschouwing naar aanleiding van afbeeldingen.
Weging: 1x
- Werkstukken: afhankelijk van de grootte van het werkstuk, het aantal er aan te besteden lesuren kan een werkstuk meer of minder zwaar meetellen.
Ook het aantal werkstukken is afhankelijk van het aantal uur dat er aan besteed wordt.
Weging: 2 of 3 x
- Verslagen: naar aanleiding van één of meerdere werkstukken moet een leerling een verslag maken over het eigen werk
Weging: 1x
Bovenbouw
Tijdens deze lessen wordt je talent echt ontwikkeld, je leert materialen naar je eigen hand te zetten. Een idee kan broeden in je hoofd, je leert het idee te uiten en te visualiseren.
De leerlingen onderzoeken beeldende aspecten zoals o.a. licht/donker, ruimte, textuur, lijn, en kunnen deze ook herkennen en hanteren in hun eigen werk. De leerling kan schrijven en vertellen over zijn eigen werk.
We werken met het boek Kunst op Niveau.
Algemeen
Voorheen werd bij ons op school de vakken tekenen en textiele werkvormen gegeven. Twee beeldende vakken met veel overlap aan lesstof. Het moest door middel van een goede samenwerking mogelijk zijn onze tijd beter te gebruiken en meer uit onze vakken én uit onze leerlingen te halen.
Een paar enthousiaste docenten heeft het initiatief genomen te onderzoeken in hoeverre dat mogelijk zou zijn. Dit initiatief leidde uiteindelijk tot de combinatie van beide vakken: Beeldende Vorming. We hebben er geen spijt van deze stap te hebben gezet.
Zowel tekenen als textiele werkvormen komen tijdens het vak beeldende vorming aan bod. De docenten tekenen en textiele werkvormen ondersteunen elkaar waar mogelijk. Zo ontstaat een zeer gevarieerd aanbod aan opdrachten. Een aanbod waar leerlingen enthousiast op reageren. Het lijkt er zelfs op dat we door deze efficiëntere manier van werken veel meer uit de lessen halen.
