Lesprogramma
Hieronder vind je informatie over de lesprogramma's in de onderbouw en de bovenbouw. Daarnaast staat er informatie over de boeken die gebruikt worden.
Onderbouw
In het tweede leerjaar wordt het vak natuurkunde in combinatie met het vak scheikunde gegeven (NaSk) voor twee of drie uur per week. Je maakt daar breed kennis met veel aspecten van natuurkunde en scheikunde; zoals licht, geluid, beweging, krachten, deeltjes en modellen, energie en stromen. Klik hier voor het overzicht.
Het is een introductie jaar waarin je van alles wat leert en daarnaast ook veel aan practicum doet. Je leert hoe je proefjes moet doen die met de leerstof te maken hebben, je leert ook hoe je een prakticumverslag moet maken.
In het derde leerjaar komen alle onderwerpen weer terug, maar nu ga je dieper in op de onderwerpen. Ook het rekenwerk, het toepassen van wiskunde, wordt nu veel belangrijker.
De theorielessen verlopen vrijwel allemaal volgens een min of meer vast patroon. De les start met een herhaling van de vorige les(sen) en het bespreken van het huiswerk, vervolgens wordt er nieuwe stof uitgelegd en kan je in de les al aan de slag met het maken van je huiswerk. Dat is belangrijk want dan kan je direct hulp vragen van de docent of je klasgenoten als je iets niet snapt. Tijdens dit soort lessen worden ook demonstratie-proefjes gedaan om de theorie te verduidelijken of toe te lichten.
Daarnaast zijn er prakticumlessen, deze lessen moet je thuis voorbereiden. Het doel van deze proefjes is om meer vaardig te worden in het uitvoeren van experimenten. Tijdens de les werk je in tweetallen aan het uitvoeren van het practicum. Van elk practicum moet je tenslotte en verslag maken, er zijn regels hoe zo'n verslag er uit moet zien.
Bovenbouw
In de bovenbouw van alle afdelingen zal je als je het vak gekozen hebt steeds dieper op de onderwerpen in gaan. Het rekenen met en het begrijpen van de theorie wordt steeds belangrijker. Ook het zelfstandig werken wordt steeds belangrijker. Dat komt het best tot uiting in de onderzoekjes die je zelfstandig moet gaan uitvoeren. Tijdens het voorbereiden en uitvoeren krijg je nog wel begeleiding, maar er wordt veel initiatief van je zelf verwacht. Ook van deze onderzoekjes moet je weer verslagen maken.
In de bovenbouw zal tijdens en naast de lessen de inzet van computers ook steeds belangrijker worden. De computer wordt dan ingezet als meetinstrument, als oefenmiddel, als informatiebron en natuurlijk bij het maken van je verslag en het verwerken van je metingen.
Uiteindelijk hopen we dat je als je in het laatste jaar zit, je zoveel kennis en vaardigheden hebt dat je geheel zelfstandig nieuwe theorie kunt verwerken en zelf een onderzoek uit kunt voeren. Dat wordt dan getoetst in het Profielwerkstuk.
De boeken
In de lessen wordt gebruik gemaakt van de lesmethode "Nask-Overal" (onderbouw) en "Natuurkunde Overal" (bovenbouw) van uitgeverij EPN. Dit boek is geschikt om zelfstandig uit te werken en biedt in alle leerjaren een breed overzicht van de onderwerpen uit de wereld van de natuurkunde. Hoewel je misschien niet alles even interessant vindt, zit er altijd wel genoeg bij om het vak leuk te blijven vinden.
