tto

Nederlands

Nederlands in de brugklas

Wat doen we in de brugklas ?
Goed zo , je raadt het al! Lezen, schrijven, luisteren en spreken. Nou, dat is te doen, zou je denken. Dat ken ik al of is het dat kan ik al? Deze vaardigheden heb je natuurlijk al heel wat jaartjes op de basisschool uitgeprobeerd. En daar gaan we mee verder. Natuurlijk moet je foutloos kunnen spellen en wat dacht je van het ontleden, zowel redekundig als taalkundig. Wat is dat nou weer? Redekundig wil zeggen het ontleden van de zinsdelen en taalkundig is het benoemen van de woorden. Weet je nog wel, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, de persoonsvorm en het gezegde. En dan heb je ook nog dat moeilijke naamwoordelijke gezegde, met een koppelwerkwoord. En dat zijn niet eens alle werkwoorden. Je hebt ook nog de hulpwerkwoorden en de zelfstandige werkwoorden. En zo zitten we opeens in de taalkundige benoeming met het zelfstandige naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord en het lidwoord. Je weet er vast nog wel een paar te noemen. Laten we maar even gaan spellen. Vind je ook niet? Of is het, vindt je ook niet? Of nog gekker, vint je ook niet?

Verder hebben we natuurlijk talloze leesteksten met die lastige vragen en verwijswoorden. En wat is nu het onderwerp van de tekst? En kun je ook de kernzinnen aanwijzen en in alinea's verdelen. En heb je wel eens gehoord van een tegenstellend verband en voorbeelden bij die mededeling. Kort om, heel wat om te weten te komen. En dan de luisteropdrachten, waarbij je gevraagd wordt na de 'piep' het juiste antwoord aan te kruisen. Dat betekent heel goed luisteren en de inhoud van de tekst goed in je opnemen en als je toevallig een woord niet kent kun je het vast wel afleiden uit de context - weer zo'n moeilijk woord, maar in je woordenboek - dat je altijd bij je hebt - is het vast wel te vinden. En spreekvaardigheid is echt iets voor jou. Dan kun je eens laten zien dat je het helemaal niet eng vindt om voor een groot publiek iets te vertellen over een onderwerp waar je alles van weet. En schrijven doen we een heel uur lang op de computer. Daar is een speciaal programma voor ontwikkeld en in het extra uur Nederlands dat je als brugklasser bij ons op school krijgt (ook in de tweede en derde klas) zul je zien hoe eenvoudig het wordt om structuur aan te brengen in jouw betoog of beschouwing of misschien kies je wel voor een uiteenzetting. Dan start je met een heuse inleiding en een middelstuk met de argumenten en je stuk eindig je dan met een conclusie of een samenvatting of misschien wel een aanbeveling. En als je weet hoe je structuur aanbrengt in de geschreven tekst (passief) zeggen wij dan, dan weet je ook hoe je in je gesproken tekst (actief) die structuur moet aanbrengen.

Dat doen we allemaal bij Nederlands.
En bedenk wel: geen vak zo nuttig en interessant!